Inhoudsopgave Vorige pagina Volgende pagina
19

Haar moeder zei dat elke keer als zij daar voorbij reden en elke keer moest ze van haar moeder naar de boerderij kijken.
Mia wist dat opa dood was en dat opoe elke drie maanden verhuisde van de ene tante naar de andere tante. Als haar moeder aan de beurt was om opoe in huis op te nemen, zei haar moeder: "Opoe komt weer een paar weekjes bij ons logeren."
Opoe bleef dan een hele lange tijd totdat moeder en opoe ruzie kregen en dan ging opoe weer naar een andere tante.
Zo zorgden de kinderen van opoe voor opoe's onderdak en haar levensonderhoud.

"Waarom woont opoe daar dan niet meer?" vroeg Mia wat verveeld en toch enigszins nieuwsgierig.
"Ja..." zei haar moeder, "dat is een lang verhaal dat vertel ik je een andere keer weleens."
"Hè toe, vertel het nou...!" zeurde Mia, want al die jeugdverhalen van moeder begonnen haar te vervelen. Nu wilde ze weleens wat anders horen.

20

"Nou goed dan," zei haar moeder toen. "Ik zal je er in het kort iets over vertellen."
"Dat komt," zei ze, "omdat ome Rienus met Jaan Soep daar nu wonen. Toen opa dood ging werd ome Rienus de baas op de boerderij. Later trouwde hij met Jaan Soep, dat is jouw Tante Jaan nu. Zij kwam toen ook op de boerderij wonen en na haar komst kon opoe het daar niet meer uithouden en wilde ze weg uit huis.
Jaan Soep is niet haar echte naam, maar zo wordt ze in de familie genoemd omdat ze zo'n vuil vies mens is. Alles is altijd vies en vettig aan haar zodat je er gemakkelijk een pan soep van zou kunnen koken. Nooit zal ze eens een keertje haar huis schoonmaken en haar kinderen lopen altijd met vieze snottebellen rond. Alles plakt en stinkt bij haar in huis. Daarom wordt ze in de familie 'Jaan Soep' genoemd."
Nu begreep Mia hoe Tante Jaan aan zo'n gekke naam was gekomen.

De hele verdere rit had haar moeder niet veel meer gezegd. Voor Mia was dat ook niet nodig,